clubverslag donderdag 4 juni 5 op een rij

Clubverslag van donderdag

Woensdag 6 juni, KAAL Ik open nog een beetje slaperig de mailbox. Naast een aantal spamberichten is er ook een mailtje van Marcel. Ineens ben ik wakker. De 5-op-een-rij-marathon! Het eerste woord is gearriveerd en het luidt KAAL. Dat is vreemd. Kaal is een bijvoeglijk naamwoord. Als ergens geschreven wordt ‘hij is kaal’, dan boedelen we eigenlijk ‘hij heeft een kaal hoofd’. Kaal zegt in zo’n geval iets over het hoofd. En hoe moet je nu een bijvoeglijk naamwoord zonder bijbehorend zelfstandig naamwoord visualiseren? De kans dat heel veel WAFV-leden een kale man (of vrouw, laten we vooral niet discrimineren en genderneutraal blijven) fotograferen is groot, dat ga ik dus niet doen.

Ik denk er lang over na en pas na de lunch krijg ik een idee. Ik denk erover om mijn schaamstreek te fotograferen. Ik zal de achtergrond even duidelijk maken. Ik heb jarenlang een volle baard gedragen. Toen ik deze er na negen jaar afhaalde zei iedereen: “Je ziet er tien jaar jonger uit”. Dat was aanleiding om na tien jaar ook mijn snor weg te scheren. Jammer genoeg had gaf dat niet dezelfde reactie; er waren maar een paar mensen die dat opmerkten. Weer later moest het schaamhaar eraan geloven. En deze keer was er helemaal niemand die er iets over opmerkte… Ik ben beneden dus zo kaal als een biljartbal’ en dat lijkt me een prima uitgangspunt om een biljartbal te fotograferen. Probleempje is dat ik geen biljartbal bezit. Ik Google even op ‘biljartclub’ en die blijkt in Naaldwijk te bestaan. Erop af dus. Camera en statief mee en naar biljartclub Het Groene Hart.

Het blijkt een ruime hal, modern van opzet, met een twaalftal tafels. Zes ervan worden bespeeld door voornamelijk oudere mannen. Logisch, deze zijn gepensioneerd en hebben de tijd aan zichzelf. Ik meld me bij de beheerder en leg uit wat ik wil komen doen. Ik krijg alle medewerking. Ik mag zelf een tafel uitzoeken, hij doet de verlichting erboven aan en vraagt of de luxaflex open of dicht moet.

Ik maak een aantal foto’s. Er is wat moeite met de verlichting. Het zijn ronde TL-buizen in kelkvormige armaturen, maar na instellen van de witbalans wordt de witte bal echt wit is gaat het prima. De kop is eraf, de eerste opname is een feit.

Donderdag 7 juni, HOOG Het nieuwe woord is HOOG. Ook weer een bijvoeglijk naamwoord. De vraag is dus “Wat is er dan hoog?”. Dat mag je kennelijk zelf bepalen. Lastig hoor. Uit de te maken afbeelding moet natuurlijk duidelijk blijken dat er iets hoog is. In dit leven is bijna alles relatief. Omdat ikzelf niet zo groot ben zijn bijvoorbeeld de meeste mensen in mijn beleving groot. Maar nu moet het gaan om iets dat door iedereen als hoog wordt ervaren. Een hoog gebouw zou daarvoor in aanmerking kunnen komen. Hoe langer ik erover nadenk, hoe geschikter dat lijkt. De Euromast is in mijn beleving niet hoog, die is ontzettend hoog.

En dus ga ik richting Rotterdam, naar de Euromast. Parkeren is er geen probleem, er is een flink parkeerterrein aan de Parkhaven. Ik maak voor mijn doen een flink aantal foto’s. Vanwege de scherpe lucht maak ik ook een aantal opnamen vanaf statief met steeds een drietal belichtingen, normaal, twee stops over- en twee stops onderbelichting. Dat blijkt een goede greep, want later, als deze met Photoshop tot één opname worden gecombineerd, levert het een zeer aanvaardbaar resultaat op. Ook de tweede opname is vastgelegd.
Vrijdag 8 juni, VUIL De vrijdag is toch al het begin van het weekend en in de weekenden ben ik niet thuis. Dat verblijft de familie Palache in Zeeland. Daar staat een vakantie-onderkomen waar het zeer aangenaam toeven is. Ik kom daar tot de ontdekking dat het derde woord VUIL is. Vuil wat? Ook nu weer een bijvoeglijk naamwoord waar ik wat moeite mee heb. Ik kijk eens om me heen en ontdek dat ik een buitengewoon vuile auto heb. Met name de voorwielen zijn erg vies. Maar als ik er een foto van maak lijkt het nergens naar. Het is geen aangenaam beeld om naar te kijken. Nog harder nadenken dus. Ik herinner me dat er in Zierikzee een milieustraat is. Daar is het is daar vast een vuile boel, dus op naar Zierikzee.

Ik ben de milieustraat in Naaldwijk gewend, daar is het allemaal keurig geregeld. Maar hier in Zierikzee is het een bende. Precies wat ik nodig heb. Ik kijk door de zoeker naar een aardig plaatje, maar voor ik de eerste opname kan maken komt er een werknemer naar me toe die vraagt wat ik aan het doen ben. “Ik maak even wat foto’s” zeg ik beleefd en naar waarheid. Dat viel niet in goede aarde. “Dat mag niet” zegt hij bars. Ik vraag welgemanierd waar dat aangegeven is, maar daar krijg ik geen antwoord op. “Er mag hier alleen afval worden gestort” zegt hij. “Ja, maar ik kom alleen wat foto’s maken” probeer ik nog. Maar hij is onverbiddelijk. “Alleen met schriftelijke toestemming van de gemeente”. En hij loopt niet weg. Hij blijft onvriendelijk staan en kijkt toe hoe ik mijn spullen inpak en noodgedwongen vertrek. Vervelend als dit soort simpele mensen hun ‘macht’ gaan uitoefenen.

Terug in mijn dorp (408 inwoners, een kerk en gelukkig een café) is wel een ‘afvalstraat’ in de vorm van een stel containers waar papier, glas (altijd vol), plastic en kleding gedumpt kan worden. Van pure ellende maak ik er een paar opnamen omdat ik niks beters kan verzinnen. Ik word intussen wel heel nieuwsgierig naar hoe de andere clubleden dit gaan oplossen.

Zaterdag 9 juni, RIJ Het voorlaatste woord is ontvangen, RIJ. Eindelijk een zelfstandig naamwoord, dat geeft bij mij minder verwarring. Nu nog even een rij vinden. Ik zie in de verte een ploeg wielrenners aankomen. Ze vormen een lange kleurrijke sliert en dus ook een rij. Maar ze fietsen snel. Heel snel. Zo snel dat ze al voorbij zijn voor m’n camera schietbereid is. Jammer, gemiste kans.

Hier in Zeeland zijn niet zo veel rijen. Wel staan er wat bomen langs een dijk, maar ik associeer dat niet direct met een rij. Uiteindelijk kom ik in de haven van Zonnemaire terecht. Vroeger, in de tijd van de aanleg van de Deltawerken was dat een werkhaven van Rijkswaterstaat. Tegenwoordig is het een jachthaven. In het water zijn steigers en daar kan ik een aardig plaatje maken van een aantal meerpalen die boven water uitsteken. Weer een probleem opgelost

Zondag 10 juni, RUST Het laatste woord dat ik ’s-morgens op mijn telefoontje lees is RUST. Ik vraag me heel even af of dit een bijvoeglijk of een zelfstandig naamwoord is. Het woordenboek spreekt van een toestand die intreedt bij het ophouden van vermoeienis of inspanning en geeft als voorbeeld tot rust komen.

Ik pieker over hoe je dat kunt verbeelden en bedenk dat overledenen over het algemeen heel rustig zijn. In het dorp is naast de reeds genoemde faciliteiten (kerk en café) ook een begraafplaatsje. Daar zal het vast wel heel rustig zijn. Ik besluit er heen te gaan om te kijken of ik dat ook kan uitbeelden.

Op veel grafzerken is het woord RUST te vinden. “Hier rust” en dan volgt de naam en wat data. Dan wordt mijn aandacht getrokken door een zwarte zerk, waar met witte letters op staat “Hier ligt Piet, vergeet mij niet”. Ik moet even glimlachen. Humor op een begraafplaats, dat kom je niet veel tegen. Iets dergelijks kwam ik wel in een ver verleden tegen. Toen stond er: “Hier ligt Poot, hij is dood”.

Hoe dan ook, de opdrachten zijn vervuld. Als ik maandag thuis ben zal ik de opnamen voor het mooie nog even door Photoshop halen en dan kan de boel opgestuurd worden. Ik ben benieuwd wat het allemaal gaat opleveren.
Arthur

Comments are closed.